Liefde en manipulatie - Christelijke medische ethiek - Stichting Promise christelijke louboutin zwarte pompen

LIEFDE EN MANIPULATIE IN DE HULPVERLENING

Dr. Francine Albach, Amsterdam

Hulpverlener / cliënt relatie

In dit stuk wil ik het hebben over de manier, waarop sommige mensen in het pastoraat met de hulpverlener omgaan. Geregeld maak ik mee dat mensen, die om begeleiding vragen, bepaald gedrag vertonen, waardoor het voor de hulpverlener erg moeilijk wordt om gemotiveerd haar werk te doen. Het gaat hier om getraumatiseerde mensen, in mijn geval om vrouwen (omdat ik met name met vrouwen werk), die last hebben van psychiatrische klachten.

Hun nood is hoog en ze willen erg graag geholpen worden met een luisterend oor en veel aandacht en liefde. Als psycholoog en als Christen heb je de neiging om direct in te gaan op deze hulpvraag; je hebt ervoor gestudeerd en bovendien ervaar je het als een plicht om je naasten lief te hebben; vooral als ze het zo moeilijk hebben.

Maar gaandeweg lijkt het wel alsof je motivatie verdwijnt. Hulpvragers doen zo'n zwaar beroep op je en de last kan soms zo sterk worden, dat je je begint af te vragen, waarvoor je het allemaal doet. Om antwoord op deze vraag te vinden, besloot ik om dit artikel te schrijven.

Over welke cliënten gaat het?

In dit stuk wil ik het hebben over vrouwen uit mijn praktijk, die als kind ernstig getraumatiseerd waren en op grond daarvan psychiatrische klachten vertonen. Vrouwen, die zwaar verwaarloosd werden en nu op zoek zijn naar aandacht en liefde. In de kerk worden zij tegenwoordig benaderd als incest-slachtoffers en als zodanig beleven zij zichzelf ook.

Hun lijdensdruk is groot en daarom benaderen ze een hulpverleenster met hun vraag om hen te helpen hun traumatische verleden te verwerken. Maar naarmate men deze vrouwen beter leert kennen, blijkt dat zij hun wens om bemind en gekoesterd te worden op een wel heel merkwaardige wijze tot uiting brengen. Zij hebben de neiging om geregeld terecht te komen in crisis-situaties. Als de hulpverleenster niet in actie komt, zo wordt je te verstaan gegeven, dan zullen er de verschrikkelijkste dingen gebeuren (ze zal zichzelf dood maken, gaan hoereren, ontvoerd worden, het huis uit gezet worden, haar auto of uitkering kwijtraken, enz., enz.).

Benadrukt wordt dat er onmiddellijk ingegrepen moet worden; er is altijd haast bij. Als je dan niet meteen beschikbaar bent, worden deze vrouwen kwaad, ze eisen en claimen en doen de grootste moeite om ervoor te zorgen dat de hulpverleenster voor hen in actie komt. Kortom, ze vertonen zogenaamd "actief-passief" gedrag. Met name patiÎnten met een "borderline-persoonlijkheidsstoornis" doen dit. Zij stellen zich passief op, maar dat betekent niet dat zij alleen maar achterover leunen. Nee, zij verrichten grote inspanningen om de hulpverlener in actie te laten komen. Dergelijk gedrag wordt door de Amerikaanse psychologe Marsha Linehan daarom "actieve passiviteit" genoemd.

"Kenmerkend voor deze mensen is dat ze problemen niet actief en doortastend, maar op passieve en hulpeloze wijze benaderen. Ook hebben ze de neiging om oplossingen voor problemen in het leven altijd te verwachten van hun omgeving (en vaak van de therapeut). Dat betekent dus dat de persoon aktief bezig is anderen ertoe te brengen om haar problemen op te lossen of om haar gedrag te reguleren, maar dat ze passief is als het erom gaat zelf haar eigen problemen op te lossen."
(Linehan, 1993, p.78)

Ik ben zielig; hoezo manipulatie

Het valt mij op dat cliÎntes, met veel pastorale ervaring extra geneigd zijn om oplossingen van anderen te verwachten. En als het bij de ene hulpverlener niet lukt, dan probeert men maar een andere. Er wordt alle mogelijke moeite gedaan om zich te laten "redden". Dergelijk gedrag heeft in de psychiatrie echter een nogal negatief etiket gekregen. Dit etiket heet "manipulatie". Met manipulatie wordt bedoeld, dat de persoon probeert om haar zin te krijgen en haar eigen doel te bereiken, zonder dat de ander in de gaten heeft dat hij daarvoor gebruikt wordt. Bij de groep mensen, waarover ik het hier wil hebben, is het te bereiken doel het verkrijgen van aandacht, in het middelpunt van de belangstelling staan en zich goed voelen zonder zelf enige moeite te hoeven doen.

Veel hulpverleners gaan ervan uit, dat hun cliëntes willen genezen, maar intussen heeft de cliënte een heel eigen agenda. Haar gaat het er alleen maar om zoveel mogelijk aandacht en liefde te krijgen. Er wordt dan een hulpverlener gezocht, die ertoe gebracht kan worden om haar bodemloze behoefte aan (moeder) liefde te bevredigen. Dit is het eigenlijke doel en wat de ander wil, is daarbij van ondergeschikt belang. De manipulerende cliÎnte wil gewoon haar zin krijgen. Zij speelt het spel mee en doet alsof ook zij er op uit is om aan zichzelf te werken. Daarbij is het vaak zo, dat ze zelf lange tijd helemaal niet beseft wat zij aan het doen is. Als zij/hij daarmee door anderen wordt geconfronteerd, zal ze zelfs schrikken en erg boos worden. Ze misleidt dus niet alleen anderen, maar ook zichzelf.

Vaak is het eisende, manipulerende gedrag ook nog gegrondvest op een bepaald moreel idee. De manipulerende persoon werkt dan op het geweten van de ander door naar dit (gemeenschappelijk) idee te verwijzen ("het is goed om geld aan arme mensen te geven, dus geef het maar aan mij", in de Bijbels staat "heb je naaste lief, ik ben je naaste, dus maak nu maar tijd vrij voor mij").

Het doel wordt doorgaans bereikt door op iemands schuldgevoel te werken of door iemand om te kopen. Als de ander het te bereiken doel dwarsboomt, is de manipulerende figuur vaak uit op wraak, want het is onverdraaglijk dat zij haar zin niet krijgt. Dus als de ander niet ingaat op de gevoelens en de behoeften van de manipulerende partij, kan het gebeuren dat de manipulator die ander domweg terug gaat pakken (zo, nu voel jij je net zo ongelukkig als ik).

In mijn eigen praktijk als psycholoog maak ik hier geregeld staaltjes van mee. Wanneer men een cliënte nog niet kent, is het moeilijk om de signalen van een manipulerend karakter tijdig te herkennen. Maar ÈÈn van de tekenen kan zijn, dat iemand steeds aan komt zetten met cadeautjes of dat ze een hele staf van hulpverleners om zich heen verzameld heeft.

Een voorbeeld hiervan is een meisje van achttien, dat haar vader van incest had beschuldigd. Bij een Christelijk echtpaar in haar kerk had ze een verward verhaal verteld, waaruit moest blijken dat ze als kind door verschillende daders en zelfs in een rituele sekte misbruikt zou zijn. Het christelijke echtpaar had haar liefderijk in huis opgenomen, was naar de politie gegaan, de ouders waren uit de ouderlijke macht ontzet, het meisje had een eigen advocaat, een mentor op school, een vertrouwensfiguur bij het RIAGG, een andere in een psychiatrische kliniek, enz., enz. Nadat ze een poosje bij het christelijk echtpaar in huis was geweest, begon ze de echtgenoot (die zich vreselijk voor haar had uitgesloofd) ook van seksueel misbruik te beschuldigen, nadat ze in een bepaalde kwestie haar zin niet had gekregen. Ze ging weer bij haar eigen ouders wonen en vond al gauw een ander liefderijk christelijk echtpaar om bij uit te huilen.

Een andere vrouw kwam met een lijst van wel twintig hulpverleners aanzetten, waaronder een maatschappelijk werkster, een psychiater en verschillende dominee's. het bleek dat zij een geheim leven als prostituee leidde, wat niemand mocht weten, anders werden haar kinderen afgepakt. Aandacht voor haar problemen kreeg ze van alle kanten genoeg, zonder dat ze iemand de kans gaf om er achter te komen, wat er werkelijk aan de hand was.

Manipulatie honderd jaar geleden

Ook in het verleden was al bekend dat mensen met psychiatrische klachten geneigd zijn om manipulerend gedrag te vertonen.

¡l in de vorige eeuw waren er vele vrouwelijke patiÎntes, die hierom bekend stonden. Vaak kregen zij als diagnose "hysterie". De Zweedse arts Axel Munthe beschrijft dat hij aan het begin van deze eeuw in Parijs vele van deze patiÎntes in zijn praktijk had. Hij vertelt dat ze maar al te graag afhankelijk waren van hun dokter, zich verbeeldden dat hij de enige was, die hen begreep en hem tot de held van hun dromen maakten. Hij vertelt van een getrouwde Amerikaanse vrouw, die hem gedurende drie maanden drie brieven per dag stuurde, de hele dag door opbelde, en hem achtervolgde als hij een avondwandeling met zijn honden maakte. Zij had een verdieping gehuurd aan de overkant van de straat, waar hij woonde, en bekeek door een telescoop alle patiÎnten, die zijn huis in en uit liepen.

Hij had drie keer midden in de nacht haar maag leeg moeten pompen in het hotel waar zij logeerde. En hij beschrijft dat zij hem achtervolgde als hij met vakantie was, over de muur van de tuin klom en trachtte zich in zee te verdrinken. Een andere patiÎnte, een Duitse, schreef de dokter bladzijdenlange gedichten en wilde hem dagelijks zien. Toen Munthe haar verzocht naar Duitsland terug te gaan, stak ze de kamer van haar hotel, dat twee huizen verderop lag, in brand. Het gevolg hiervan was, dat ze nog een week langer kon blijven om beschikbaar te blijven voor het onderzoek van de politie. Een derde patiÎnt was jaloers op het huisdier van de dokter, een uil. Ze kwam een keer op bezoek met een dode muis in papier verpakt.

"Ze had de muis in haar kamer gevangen, en ze was zeker, dat de uil die graag als middagmaal zou lusten. Maar de uil wist beter; nadat hij er op uilenmanier de kop had afgebeten, weigerde hij ze op te eten. Ik nam de muis mee naar de Engelse apotheek; ze bevatte genoeg arsenicum om een kat te doden."
(Munthe, 1930, p.454).

De vruchten van manipulatie

Nu is het zo, dat bepaalde mensen in deze wereld een veel makkelijker prooi vormen dan anderen, en dat zijn de vriendelijke personen met een zacht karakter. Nu zijn er van dit soort hulpverleners in christelijke kring heel wat en voor manipulerende patiÎntes vormt deze groep een uitgelezen doelwit. Door hun aangeboren zachtmoedigheid is dit soort hulpverleners niet geneigd om snel grenzen te stellen. Zij functioneren bovendien in een setting, waarin men hiertoe ook helemaal niet toe wordt gestimuleerd. In evangelische kringen ontbreekt een strakke, vaste structuur, waarin men wordt beschermd tegen eventueel onaangenaam gedrag van hulpvragers (en dat terwijl het aanleren van zelfbescherming tegen patiÎnten als de essentie wordt beschouwd van je vorming tot psychotherapeut, zoals ik aan de Universiteit leerde van mijn hoogleraar-promotor. Maar dit terzijde. Hij was overigens geen Christen, dat moet ik er even bijzeggen).

Zachtaardige personen zijn er nu eenmaal niet goed in om grenzen aan anderen te stellen. En wie een Christen is, wordt daartoe ook niet aangemoedigd; integendeel. Eeuwenlang is er grote nadruk geweest op het gebod tot naastenliefde, dat Jezus ons in de Bijbel heeft gegeven. Nu is een gebod niet alleen een soort van oproep, maar is het ook nog eens iets op grond waarvan men zich verplicht voelt om dingen te doen. Wanneer we het over liefde hebben, zitten we echter met het probleem dat liefde ook een gevoel is. En gevoelens kan je nu eenmaal niet dwingen. Na verloop van tijd is het zo, dat het hart van een hulpverlener gaat aanvoelen als een leeggeknepen citroen. Want zelfs Christenen zijn ook maar mensen. Mensen, die het op een bepaald moment niet meer opbrengen om van een ander te houden, omdat het nu eenmaal erg moeilijk is om manipulerende mensen te beminnen, die door hun gedrag anderen alleen maar van zich afstoten. Marsha Linehan beschrijft dit op bloemrijke wijze:

"Het is geen uitzondering dat borderline-patiÎnten je dwingen, zichzelf opdringen en intimiteit en kwetsbaarheid van anderen (inclusief hun eigen therapeut) opeisen. Als dat gebeurt, gaat degene die wordt gedwongen en opgeÎist zich terugtrekken en bouwt hij een barriËre om zichzelf heen. Dat is een natuurlijke reactie. Het is moeilijk om ontspannen en spontaan te blijven met iemand die ermee dreigt zichzelf te doden, zodra je een interpersoonlijke fout maakt. Het is moeilijk om intiem te zijn met iemand, die de ene dag hartelijk reageert en je de volgende dag verbitterd aanvalt."
(Linehan 1993, p.391)

Hoewel manipulerende patiÎnten erop uit zijn om liefde te ontvangen, is het resultaat van hun gedrag meestal juist totaal averechts; de hulpverlener krijgt een hekel aan ze. Maar als christen komt men hiermee meteen in een enorm dilemma terecht.

Een hulpverlener is ook maar een mens

Enerzijds voelt de hulpverlener (en met name de persoon met het zachtaardige karakter) zich verplicht om haar cliÎnten lief te hebben. Maar aan de andere kant zal hij/zij heftige gevoelens van uitputting en afkeer ontwikkelen bij gedrag dat het ontstaan van een spontaan gevoel van sympathie in de weg staat. Want behalve eisend en claimend, kunnen cliÎnten soms ook ronduit onbeschoft zijn. De Amerikaanse Marsha Linehan schrijft:
"In mijn tijd ben ik meer uitgescholden, ondermijnd en is er meer diepgaand aan mijn motieven getwijfeld van de kant van borderline-patiÎnten, dan dat ik ooit van andere mensen heb meegemaakt. Soms zijn deze aanvallen echter ook nog van fysieke aard. Dit zijn dan met name aanvallen op de eigendommen van de hulpverlener. PatiÎnten in onze kliniek hebben bijvoorbeeld klokken en meubilair vernield, post gestolen, met voorwerpen gesmeten, gaten in muren geschopt en graffiti op de muur geschreven."
(Linehan 1993, p.77).

Hulpverleners, die met dergelijk gedrag worden geconfronteerd, zitten in een moeilijk parket. Ik weet van collega's dat zij in levensgevaar hebben verkeerd (ternauwernood aan wurging ontsnapt door een cliÎnte, die haar zin niet kreeg); een psychologe, die bij mij is afgestudeerd, is vorig jaar door iemand uit haar clientele doodgestoken, toen ze bezig was met een proefschrift over de diagnostiek van seksueel misbruik. En zelf ben ik herhaaldelijk het doelwit geweest van telefoonterreur en 'stalking' (aan de deur kloppen, bonken, roepen, je achtervolgen). Zonder steun van collega's slaag je er niet in om vol te houden.

Ik vind daarom dat steun aan hulpverleners vanuit de kerk noodzakelijk is, want het gevaar voor uitputting en 'burn-out' is bijzonder groot. Helaas is er binnen evangelische kring voor de noden van hulpverleners nog weinig aandacht. Hier heerst nog steeds het idee, dat zij anderen van dienst moeten zijn en meent men dat juist verwonde mensen alleen maar heel veel liefde nodig hebben. Intussen werkt dit uitgangspunt manipulatie in de hand en voorkomt het dat de cliÎnt opknapt.

Eisende slachtoffers en 'therapie-interfererend gedrag

De filosofie, dat zulke cliÎntes in de eerste plaats slachtoffers zijn, maakt het allemaal nog erger. Zo verliest men het zicht op het feit dat deze cliÎnten vaak aan niets anders denken dan aan hun eigen sores en niet eens op het idee komen dat hun gedrag voor een ander wel eens niet zo leuk zou kunnen zijn. Door deze egocentrische houding zijn ze zich in feite als dader gaan opstellen en herhalen ze het gedrag, waarvan zij als kind zelf het slachtoffer waren.

In de seculiere hulpverlening is men hiervoor veel meer op zijn hoede. Eisend en woedend gedrag van de kant van cliÎnten wordt hier acting-out genoemd. Dergelijk gedrag wordt ook wel betiteld als ageren; men is er niet van gediend en dat wordt meteen vanaf het begin van de behandeling duidelijk gemaakt. De filosofie is, dat toegeeflijkheid de zaak alleen maar doet escaleren. Zolang er mee-geageerd wordt (d.w.z. als men de cliÎnt haar steeds haar zin geeft), zal er juist niets veranderen (terwijl verandering van de cliÎnt nou net het doel van de communicatie was). Agerende cliÎnten worden daarom streng aangepakt en wie niet bereid is om zich aan de regels te houden, wordt vaak niet eens in behandeling genomen. De reden ervoor is dat deze mensen de behandeling zo vaak saboteren door zogenaamd therapie-interfererend gedrag vertonen.

"We hebben hier te maken met het wegblijven op therapie-sessies, met tegenwerking, sabotage of het overschrijden van de grenzen van de hulpverlener. Ander gedrag houdt in: ongeduld en opmerkingen, dat de therapeut het beter zou kunnen of een slecht hulpverlener is, met name wanneer de toon sarcastisch is; een vijandige houding, kritiek op de persoon of de persoonlijkheid van de hulpverlener, kritiek op de waarden en normen van de hulpverlener, op diens werk of diens familie; gebrek aan waardering of dankbaarheid voor de inspanningen van de hulpverlener; een onvermogen of gebrek aan bereidheid om in te zien of toe te geven dat er gpezpsqz. ダニvooruitgang wordt geboekt; en vergelijkingen van de hulpverlener met anderen die worden gezien als betere hulpverleners. Buitengewoon belastend gedrag van patiÎnten omvat de dreiging om een therapeut een proces aan te doen, om hem of haar aan te klagen bij een beroepsvereniging of om op andere wijze uit te zijn op een openbare terechtwijzing van de hulpverlener."
(Linehan, 1993, p.137)

Uit dit citaat wordt duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor onhebbelijk gedrag bij de cliÎnt wordt gelegd en dat men ervan uit gaat, dat het aan de cliÎnt is, om te proberen de relatie met de hulpverlener goed te houden. Het doel van de relatie is dat de cliÎnt opknapt, maar zij moet daar zelf ook wat voor doen. Dit is een heel ander uitgangspunt, dan wanneer er vooral van de hulpverlener wordt verwacht dat zij zich uitslooft. Wie meent dat slachtoffers gewoon recht hebben op steun en medeleven, vindt er niets vreemds aan wanneer de hulpverlener zich enorme inspanningen getroost om het vertrouwen van de cliÎnt te winnen en te behouden. Men hoopt daarbij vaak wel dat de hulpverlener deskundig genoeg is om je te begrijpen en te genezen ('ik weet heus wel dat ik een moeilijk mens ben'). De verantwoordelijkheid voor de genezing wordt meestal volledig bij de hulpverlener gelegd ('eens kijken hoe snel u mij beter krijgt' of 'u moet het toch weten, want u hebt er voor gestudeerd'). CliÎnten met dit soort verwachtingen vinden eigenlijk dat de hulpverlener er blij mee mag zijn dat zij haar de eer aandoen om van haar, de hulpverlener te houden ('je bent echt de eerste, die ik helemaal vertrouw; dit heb ik nog nooit aan iemand verteld').

Wie dit heeft meegemaakt, krijgt echter gaandeweg steeds meer een tegenzin om de rol van vertrouweling en 'toverdokter'' toebedeeld te krijgen. Zelf vind ik dit zo langzamerhand een bijzonder twijfelachtige eer. Het is daarbij overigens mijn ervaring dat het in evangelische gemeenten geen uitzondering is als derden in dit scenario een belangrijke rol spelen. Zoals de wanhopige echtgenoot, die het zelf niet langer redt om geduld met de sex- of andere problemen van zijn vrouw op te brengen, of de dominee, die tevergeefs maandenlang geprobeerd heeft om een incest-slachtoffer op poten te zetten, terwijl zij steeds op 'onverklaarbare wijze' zwanger blijft raken (van prostituerende klanten, maar dat mag de dominee niet weten). Op een bepaald moment gaan zulke derden wanhopig op zoek naar een liefdevolle christen. Met de beste bedoelingen wordt er iemand gezocht, die een uitweg kan bieden en wie zich op dat moment als redder in de nood opwerpt, mag rekenen op grote dankbaarheid en waardering. Naderhand merkt de hulpverlener, die zich in dit scenario heeft begeven dan echter, dat ze in een afschuwelijk wespennest terecht is gekomen, waarin zijzelf aardig bezeerd dreigt te raken.

Is het christelijk om liefde te eisen?

Getraumatiseerde mensen kunnen dus onaangenaam gedrag vertonen, maar het moeilijke is, dat de persoon zelf dit helemaal geen punt vindt, Die gaat er juist van uit volkomen in haar recht te staan. Wordt er in de Bijbel niet zwart op wit geschreven dat je je naaste moet liefhebben? Staat er ook niet dat vrouwen van nature zwak zijn en is het niet zo dat je als incestslachtoffer een beklagenswaardig persoon bent? Riep de voorganger in de kerkdienst niet juist op om aan gewonde mensen extra aandacht te besteden? Dan mag je daar toch best om vragen bij een hulpverlener? Daar hoef je je toch helemaal niet voor te schamen?

In zijn boek 'Van binnen uit" beschrijft de christen-psycholoog Larry Crabb (1993) dat de eisende mens zelf het eisen absoluut niet als een probleem beleeft. Integendeel, stelt hij, eisen geeft een goed gevoel. Je staat in je recht. Crabb beschrijft dat mensen zelfs naar God toe een dergelijke houding kunnen ontwikkelen, zoals in het verhaal van Job. De afloop van dit verhaal maakt echter duidelijk hoe verkeerd en absurd het is om ook maar iets van God te eisen. Een eisende houding houdt automatisch een aanklacht in, maar het past de mens helemaal niet om God aan te klagen. Voordat God deze mens tegemoet komt, moet eerst zijn trotse houding worden ontmaskerd en doorbroken, zoals we in het verhaal van Job zien. Crabb stelt uiteindelijk, dat lijden je helemaal geen rechten geeft. En dat is een les, die sommige incestslachtoffers in de huidige evangelische kerken wel eens ter harte zouden kunnen nemen.

Volharding in de liefde

Volgens Gary Chapman (1996, p.16), een psycholoog, die een boek over huwelijksliefde schreef, heeft elk mens een diepe emotionele behoefte aan liefde. Gezonde mensen richten hun leven zo in, dat deze behoefte door familie en vrienden wordt vervuld, door een huwelijkspartner bijvoorbeeld. Doordat de ÈÈn de ander liefde geeft, vult deze daarmee als een ware een soort van liefdes-tank in die persoon. Chapman bedoelt hiermee een soort van emotioneel reservoir, waaruit men kan putten om aan anderen (kinderen, vrienden) weer liefde terug te geven. Als dit reservoir leeg is, is het bijna onmogelijk om andere mensen te beminnen; men heeft er gewoon geen energie meer voor; men voelt zich leeg en uitgehold.

Bij de hulpverlening aan psychiatrische patiÎnten lijkt het wel, alsof zij ermee bezig zijn om de liefdes-tank van de hulpverlener in een record tempo leeg te maken. Zoals de cliëntes, die 'shoppen' langs hulpverlener nummer ÈÈn, die het een tijdje volhoudt tot ze na maanden overspannen raakt, waarna hulpverlener nummer twee zich bereid verklaart de cliÎnte op te vangen en het ook niet meer volhoudt, zodat nummer drie in beeld komt, etcetera, etcetera; ad nauseam. Zolang de client de hulpverlener nog wat liefde teruggeeft, is het voor de hulpverlener wat makkelijker om haar of zijn taak vol te houden. Maar toch is dat niet de formule, op grond waarvan het spel gespeld dient te worden. Verwonde clientes zijn nu eenmaal vaak psychiatrisch ziek en daarom gebrekkig in de sociale omgang; van hen kan en mag men niet verwachten dat ze jouw "liefdes-tank" opvullen, hoe lief en aanhankelijk ze zich soms ook kunnen opstellen.

Daarom moet een hulpverlener ervoor zorgen dat zij of hij uit zichzelf genoeg liefde heeft (in ieder geval een minimum aan sympathie voor de client) om die persoon te kunnen begeleiden en om onaangenaam gedrag te kunnen verdragen. Als het er echt om gaat om iemand daadwerkelijk uit de klauwen van duidelijk slechte mensen te "redden" valt dit nog wel op te brengen, zoals in het geval van een onze clientes, die in een satanische sekte gevangen zat. Zolang er bij haar werkelijk sprake was van criminele bedreiging, bleef onze motivatie (van mijn asistente en mezelf) hoog genoeg. het werd moeilijker toen het erg lang (drie jaar) ging duren.

We begonnen uitgeput te raken toen er een situatie ontstond als in het sprookje van Roodkapje en de wolf. ("Klop,klop- Wie is daar?- Toe lief meisje doe mij eens open, ik breng je wat lekkers - cliente doet open en wordt voor de zoveelste maal verkracht, waarna de "wolf" likkebaardend naar huis gaat.) Zolang de wolf naar Roodkapje toekwam bleven we, ondanks onze vermoeidheid, voldoende gemotiveerd om haar te"redden". (En dan is het bijzonder bevredigend om mee te maken dat "slechte mannen", door ingrijpen van de politie ermee stoppen je cliente lastig te vallen). Pas toen Roodkapje het in haar hoofd ging halen om opnieuw en uit zichzelf naar een (andere) grote boze wolf toe te gaan, begon ons geduld en liefde op te raken.

Een hulpverlener is immers ook maar een mens, en waar moet zij dan haar "reservoir" weer vol tanken? Wie helpt ons weer op de been in dit soort situatie's? Mijn assistente en ik hebben lange tijd alleen maar steun aan elkaar gehad, want supervisoren, collega's of andere Christenen ging dit de pet verre te boven. Wie dan God niet heeft, staat met lege handen en houdt het niet vol om op lange termijn (naasten)liefde voor zo'n client op te brengen. Maar wie God wel heeft, voelt zich geroepen:

"Kom op voor wie ten onrechte ter dood veroordeeld worden en doe alles wat je kunt om hun leven te redden. Zeg later niet:"We hebben het niet geweten". Want God doorgrondt de harten van de mensen. Hij houdt je in het oog en weet of je de waarheid spreekt. Hij beloont of bestraft je op grond van wat je doet."
(Spreuken 25: 11-13)

Een chronische honger naar liefde

Nu zijn er in de christelijke wereld vele vormen van naastenliefde, opvang van verslaafden, stervenden, prostituees, enz. enz. Daar waar het doel van je contact slechts de bekering van de client is, schijnt de termijn van begeleiding goed te overzien te zijn. (Ik hoor geregeld dat het in een kwartiertje gepiept is, zoals bij de mensen die "naar voren komen" tijdens gemeentediensten, als teken dat ze hun hart aan Jezus geven) Bij de begeleiding van getraumatiseerde mensen is het echter realistisch om ervan uit te gaan dat naastenliefde veel meer tijd kost. We hebben hier te maken met mensen die er hun hele leven al naar snakken om hun "liefdes-tank" te laten vullen. Als kind zijn ze zo verwaarloosd, dat zij een chronische honger naar liefde ontwikkelden, naar de liefde van mensen (een vader en moeder in dit geval) wel te verstaan. Die honger trachten ze nu te bevredigen door een hulpverlener te bezoeken en in de meeste vormen van pastoraat wordt dit ook als een heel legitiem motief beschouwd.

Het is echter nog maar de vraag of men deze uitgehongerde mensen een dienst bewijst door hun liefdes-trek te bevredigen. Ik zal hier straks op terugkomen. Intussen moeten we ons eerst afvragen waarom deze mensen er toch steeds mee doorgaan om (ondanks herhaalde afwijzing) liefde van anderen te blijven opeisen. De reden hiervan is, dat hun pijn en honger naar liefde zo buitensporig sterk is, veel groter dan bij "gezonde" mensen. Vroeger werd gedacht dat psychiatrische patienten die als kind het slachtoffer van incest waren, naderhand vooral leden aan de gevolgen van het delict (incest,mishandeling) zelf. Nu wordt echter veel meer benadrukt dat incest en mishandeling weliswaar bijzonder traumatiserend zijn, maar dat het vooral een gebrek aan liefde is wat zo'n pijn doet. In de praktijk blijkt dat de diepe honger naar liefde (en het verdriet over het gemis van ouderliefde) een nog veel groter trauma te zijn dan het seksuele geweld of de mishandeling op zich. De Amerikaanse psychiater Ross schrijft hierover:

"Vroeger dacht ik dat het meest pijnlijke materiaal om in therapie te verwerken de specifieke incestueuze incidenten betrof. Vanuit dit idee was het logisch om te veronderstellen dat het meest pijnlijke werk gedaan zou zijn, zodra de herinneringen hieraan verwerkt zouden zijn. Dit was een puur Janetiaans idee. Maar ervaring heeft me geleerd dat Janet ongelijk had. De diepste pijn wordt verwerkt als er geen herinneringen meer herwonnen hoeven te worden, in de late pre-integratie-fase van de behandeling. (Ross spreekt hier over mensen met een Meervoudige Persoonlijkheids Stoornis, waarbij er persoonlijkheidsdelen geintegreerd worden, F.A.) De diepste pijn komt voort uit de algehele "gestalt" van iemands kindertijd. Het gaat er niet zozeer om dat pappa op een bepaalde dag dit deed en een andere dag dat, maar het is meer de totale sfeer in dat gezin, de ontkenning, de kwetsende opmerkingen, de geheimen, het verraad, de leugens, en de eindeloze onoplosbare "dubbele bindingen"
. Dit komt bij de patient het hardste aan. De diepste pijn is niet incident-specifiek, en hangt niet af van de juistheid van een bepaalde categorie herinneringen.(Ross, 1997,p284)

Ross lijkt hier te bedoelen dat het kind nooit echte liefde heeft gekend, maar dat het besef hiervan onverdraaglijk is. De vaderfiguur die haar had moeten liefhebben, verkrachtte en misleidde haar en haar moeder was er nooit om haar te redden. In technische termen gesproken heet dit, dat het getraumatiserde kind nooit een veilige "hechtingsfiguur" heeft gekend. In haar later leven zal zij hiernaar blijven zoeken.

Bevrediging van liefdeshonger

Nu is het zo, dat Christelijke hulpverleners een goed doelwit lijken te zijn voor de functie van hechtingsfiguur, omdat zij zich zo vaak geroepen en verplicht voelen om voor anderen liefdevol en beschikbaar te zijn. Maar in de praktijk blijken deze pogingen om door liefde goed te maken wat iemand als kind tekort kwam , vaak averechts te werken. In plaats van dat de liefdeshonger wordt bevredigd, blijft de getraumatiseerde persoon verlangen naar meer en meer, tot wanhoop van de goedbedoelende hulpverlener. Er wordt eisend gedrag ontwikkeld:" Je MOET van mij houden." Het kan voor sommige clientes een dagtaak zijn om haar onuitputtelijke honger naar liefde te bevredigen, zoals in het bovenbeschreven voorbeeld van de patiente van Axel Munthe, die haar dagen vulde met het achtervolgen van haar dokter.

Wat bezielt mensen toch om een ander zo te blijven lastig vallen, volkomen blind voor het feit dat die je alleen maar afwijst? Zoals al gezegd kan de mening RECHT op liefde te hebben hiervan de reden zijn. (Aan dit recht kan een cliente overigens ook een bepaalde trots ontlenen, een zekere hoogmoed en ongezeggelijkheid-"Niemand hoeft mij te vertellen wat goed voor mij is, dat bepaal ik zelf wel; ik weet wel wat ik nodig heb en dat is jouw liefde".) Maar dezelfde beweegredenen kunnen ook psychodynamisch worden bekeken.

Eisen en claimen als vlucht voor de pijn van het rouwen

Sinds Freud is in de psychiatrie bekend dat bepaald "gestoord" gedrag voor de persoon zelf een heel belangrijke functie heeft. Eisen, iemand blijven lastig vallen ("stalken" heet dit zo mooi in het Engels, een strafbaar feit overigens), de boel vernielen, enz. enz. lijkt op het eerste gezicht nogal dysfunctioneel, maar Freud heeft ons geleerd om dergelijk gedrag eens wat nader onder de loep te nemen. Dan wordt duidelijk dat DYS-functioneel gedrag helemaal niet zo overbodig is als het lijkt, maar eigenlijk voor de patient zelf juist heel functioneel blijkt te zijn. Maar wat is dan wel die functie? Die heeft te maken met het onderdrukken van ondraaglijke gevoelens. Door te "ageren" door anderen lastig te vallen, door te eisen en te claimen slaagt men erin om de pijn van vroegere afwijzingen te onderdrukken. Deze dringt dan niet door tot de persoon, ze wordt AFGEWEERD , zoals dat heet.

In plaats zich van de vroegere afwijzing bewust te worden, trachten ernstig getraumatiseerde vrouwen dit feit te ontkennen. Steeds opnieuw willen ze bemoederd worden; ze vinden het heerlijk op schoot te zitten, geknuffeld te worden, of om gezellige dingen met de hulpverlener te doen. Ze worden boos en teleurgesteld als dit niet gebeurt. Maar door op dergelijke wensen in te gaan, houdt men de afweer van de vroegere verlatenheid intact. Clienten komen er op deze manier nooit aan toe om de afwijzing door hun eigen (vader) moeder te gaan verwerken. Door zelf een nieuwe moederfiguur te (helpen) vinden , bereikt men alleen maar dat iemand blijft vluchten voor de ondragelijke emoties. Maar intussen is het (sinds Freud) nu juist de opdracht om NIET mee te ageren, om wensen NIET (alsnog) te vervullen, want daardoor wordt men medeplichtig aan het in stand houden van de afweer en verandert er psychodynamisch gezien helemaal niets bij de patient. Vandaar dat in de psychiatrie pogingen om de behoefte aan een moeder- of vaderfiguur te bevredigen heel ernstig worden veroordeeld. Een voorbeeld hiervan is het volgende citaat van de psychiater Colin Ross:

"Ik heb verhalen gehoord over ongelooflijk slechte psychotherapeutische behandelingen, die werden gepresenteerd als een soort van "bemoedering", welke ik (Als ik zou moeten getuigen) zou beschrijven als een grove vorm van misbruik. De therapeut is een therapeut en geen moeder en de patient is een patient en geen kind".
(Ross, 1997,p333)

Pas wanneer de diepe pijn van het gemis aan en liefdesfiguur, een veilige hechtingspersoon in de kindertijd verwerkt is, kan de persoon leren wat het is om normale liefde te geven en te ontvangen. De hulpverlener die erop uit is om de client haar pijn te laten verwerken, zal daarom juist NIET trachten om haar behoefte aan een moeder-of vaderfiguur te bevredigen. Want zo kan ze voor de verwerking van de pijn blijven wegvluchten, in plaats van die onder ogen te zien.

Mag een christen nee zeggen?

Als Christen zal je zeggen, maar wat geeft het nou als iemand liefdevol is voor een ander; het is toch juist Gods bedoeling dat we elkanders lasten dragen? Maar is dat werkelijk zo? Komen we in de Bijbel niet ook een andere houding tegen, waarin wordt benadrukt dat een mens verantwoordelijk is voor haar of zijn eigen beslissingen? Is God niet ook iemand die ons tuchtigt en straft, met de bedoeling om te leren ZELF verantwoordelijk te zijn en om op onze eigen benen te staan? het lijkt mij dat dit niet alleen voor mannen, maar ook voor vrouwen bedoeld is. Maar het valt me op , dat vrouwen in evangelische kringen vaak erg afhankelijk zijn van (met name hun eigen) mannen. Zij worden zwakker, als "brozer vaatwerk" beschouwd, zoals dat zo mooi in de Bijbel staat. (1Petr.3:7) Door dit idee bij getraumatiseerde en psychiatrisch zieke vrouwen te benadrukken, worden zij echter bepaald niet gestimuleerd om te groeien. Integendeel, op deze manier krijgt de vrouw een extra excuus aangerijkt om zich onverantwoordelijk te blijven gedragen.

Ik denk dat we in dit verband veel meer hebben aan de boodschap, zoals die staat in Joh. 5:6 Jezus komt aan bij een waterbron in Betesda. Daar ligt al heel lang, al 38 jaar, een zieke man op genezing te hopen. Jezus komt naar hem toe en stelt hem de vraag: "Wilt u beter worden?". Nou, je kan er wel van uitgaan dat die man dat wil, waarom ligt hij er dan al 38 jaar op te wachten? Natuurlijk wil die man dat! Vanwaar deze vraag? Ik denk dat het is, omdat Jezus deze zieke man wilde testen. Was die er op uit om zich passief te laten redden of was hij bereid om iets te doen, namelijk naar Jezus luisteren en zich in geloof aan hem over te geven? Was hij bereid om zelf iets te doen? Voor genezing is de bereidheid om zelf verantwoordelijkheid te nemen heel belangrijk. Hierover is ook de seculiere hulpverlening heel duidelijk. Zo stelt de Amerikaanse therapeute Judith Herman dat het er bij de begeleiding van getraumatiseerde vrouwen om gaat hen te leren om op hun eigen benen te staan. Ze schrijft hierover het volgende:

"De basis voor herstel is de autonomie van de overlevende. Zij moet de ontwerper en regisseur zijn van haar eigen herstel. Anderen mogen adviezen, bijstand, steun, begrip en zorg, maar geen genezing bieden. Vele welwillende en goedbedoelde pogingen om de overlevende bij te staan zullen niet meer doen dan haar herstel aan te moedigen, hoezeer deze pogingen ook in haar belang lijken te zijn. In de woorden van een incest-overlevende: "Goede therapeuten waren degenen die mijn ervaringen een plaats gaven en me hielpen om zelf mijn gedrag te beheersen in plaats van dat deze mensen mij beheersten".
(Herman 1993,p133)

Vechten tegen de afweer

Het paradoxale is echter, dat een cliente niet kan leren om op haar eigen benen te staan zonder dat ze door een ander geholpen wordt om te rouwen over de vreselijke afwijzing in haar jeugd. Zij kan dit eenvoudig niet op haar eigen houtje. Het is de taak van een hulpverlener om de cliente te helpen de vroeg-kinderlijke afwijzing te verwerken. Hiervoor heeft men en lange adem nodig. Om dit proces tot en goed einde te brengen, moet er een band met de cliente worden opgebouwd. Het is belangrijk dat de cliente weet, dat de hulpverlener van haar houdt, terwijl ze tegelijkertijd beseft dat hun relatie een "werkrelatie" is, die per definitie eindig en beperkt is en waarvan het de bedoeling is, dat zij haar best gaat doen om te veranderen. De hulpverleenster moet daarbij goed beseffen dat zij aan een langdurige klus begint, die des te langer gaat duren, naarmate de cliente ernstiger getraumatiseerd is.( men moet ervan uit gaan dat men voor jaren-een periode van tien jaar is geen uitzondering-eraan vastzit) Wie dit niet aan kan, moet er niet aan beginnen. Want wie dergelijke patienten eerst de illusie geeft dat ze worden bemind, om ze dan uitgeput en uitgezogen na en aantal maanden aan de kant te ztten, doet meer kwaad dan goed.

Maar wat houdt de verwerking zelf nou in de praktijk in? Nou ik kan de lezer vertellen dat dit een vreselijke klus is. Ten eerste moet de hulpverlener zich ertegen verzetten om als moedersubstituut in bezit genomen te worden en krijgt daar als dank driftbuien en eisend gedrag voor terug. De cliente zal er alles an doen om grenzen die gesteld worden omver te halen of ter discussie te stellen. En dan is het verleidelijk om haar haar zin te geven. Het is veel makkelijker om een patient die aandacht wil elke week maar zo'n beetje te knuffelen en te bemoederen dan om haar te leren om grenzen te accepteren.

Veel meer inspanning en energie kost het om duidelijk te maken dat je niet wilt dat ze bij je in huis woont of komt afwassen op je verjaardag, of naast je in bed komt liggen en sinasappels komt uitpersen als je ziek bent, dat je geen ontbijt op bed wilt met moederdag en dat je best het recht hebt om wekenlang met vakantie te gaan. ("Dat is gemeen, een ECHTE mama doet zoiets niet") Het is een heel gevecht om vervolgens uit te leggen, dat je zulke dingen niet weigert omdat zij slecht is, maar dat je daar nu een hele andere reden voor hebt. (En het valt niet me om daarna aan te moeten horen dat ze nu HELEMAAL ZEKER weet dat je absoluut niet van haar houdt.) Pas als dit gevecht gepasseerd is, komt de fase waarin je als hulpverlener geconfronteerd wordt met en overstelpend, grenzeloos verdriet, een bodemloze eenzamheid, de verlatenheid van een klein kind dat er altijd alleen voor stond. Je moet wel een hart van steen hebben, om hier onberoerd door te blijven.

Hoe ziet genezende liefde er uit?

In de praktijk blijkt dan ook dat men dit werk niet zonder liefde kan doen. Maar ook duidelijk is hopelijk inmiddels geworden dat de liefde waar het hier wel om gaat van een geheel andere orde is dan de liefde die onze clientes ons trachten af te dwingen.

Wat er nodig is, is liefde zoals Jezus die liet zien, een wijze liefde, warin men een tweede mijl gaat met iemand.(Mat. 5: 41) , maar dan wel op het moment en in het tempo dat het goed voor de ander is en degene die dat bepaalt is de hulpverlener en niet de client. Als we vanuit onszelf niet genoeg van dit soort liefde hebben, kunnen we God daarom vragen. Voorwaarde daarbij is echter wel, dat we het uit eigen vrije wil doen; als je van jezelf weet dat je het niet zal opbrengen, is duidelijk dat je niet de roeping hebt om iemand op zo'n vermoeiende manier lief te hebben en dat is toch ook helemaal niet erg; er zijn zoveel manieren om Gods wil te doen. Ook hierover is de Bijbel duidelijk: Lukas 14:28 "Wie zijn kruis niet achter mij aandraagt, kan onmogelijk mijn leerling zijn. Als iemand van u een toren wil bouwen, maakt hij eerst rustg en kostenberekening, om te zien of hij voldoende geld heeft om de bouw te voltooien. Want anders legt hij wel de fundering, maar kan hij de toren niet afmaken. Dan lacht iedereen die het ziet hem uit en zegt: Die man is met de bouw begonnen maar kan het niet afmaken!"

Uit vele voorbelden in de Bijbel wordt duidelijk, dat Jezus zelf wist wat Hij deed en een bodemloze voorraad van liefde had voor zondaars en voor "geknakte mensen" Hij was en is zachtmoedig en vriendelijk (Jes. 42:3 en Math.11:29) Desondanks liet Hij zich door niemand manipuleren. En pogingen om Hem te manipuleren waren er genoeg. Uit verschillende voorbeelden blijkt, dat men herhaalde malen trachtte Jezus onder drtuk te zetten, bijvoorbeld door op zijn schuldgevoel te werken (Joh.12:1-11) Men probeerde om hem te misleiden (Lukas 4:1-13) en om hem op te jagen. (Joh.11:3-8)

Jezus ging hier, ondanks Zijn zachtmoedigheid niet op in; en Hij kon af en toe ook heel streng zijn. Het is niemand gelukt om Hem naar zijn hand te zetten. Dit betekent dat de Zoon van God zelf, zich beslist niet liet manipuleren. Waarom zouden zijn navolgers dat dan wel toelaten? Wat helpt, is het idee dat men de begeleiding van getraumatiseerde mensen eigenlijk niet op zich neemt uit liefde voor deze personen zelf, maar uit liefde voor Jezus. Onze liefde voor Jezus geeft ons vanzelf doorzttingsvermogen:

"Om onze trouw aan u zijn we voortdurend in levensgevaar; we worden behandelt als slachtvee. Maar dat alles komen we zegvierend te boven, dankzij Hem die ons liefheeft. Ik ben er zeker van dat niets ons van God kan scheiden; dood of leven, engelen of geestelijke krachten, heden of toekomst, machten boven of beneden ons, niets in de hele schepping kan ons scheiden van God die ons liefheeft in Christus Jezus onze Heer." (Rom.8: 36-40)
Dr. Francine Albach,
psychologe Amsterdam.
april 1998
Literatuur:
Chapman,G. (1996) De vijf talen van de liefde. Vaassen, Medema.
Crabb,L.(1993) Van binnen uit. Werkelijke verandering is mogelijk. Driebergen. De Navigators.
Herman.J.L. (1992) Trauma and recovery. Basic Books
Linehan,MM. (1993) Cognitive-behavioral treatment of borderline personality disorder.New York, The Guilford Press.
Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Christelijke medische ethiek

christian louboutin miesten
louboutins schoenen
decollete cristiano louboutin

LIEFDE EN MANIPULATIE IN DE HULPVERLENING

Dr. Francine Albach, Amsterdam

Hulpverlener / cliënt relatie

In dit stuk wil ik het hebben over de manier, waarop sommige mensen in het pastoraat met de hulpverlener omgaan. Geregeld maak ik mee dat mensen, die om begeleiding vragen, bepaald gedrag vertonen, waardoor het voor de hulpverlener erg moeilijk wordt om gemotiveerd haar werk te doen. Het gaat hier om getraumatiseerde mensen, in mijn geval om vrouwen (omdat ik met name met vrouwen werk), die last hebben van psychiatrische klachten.

Hun nood is hoog en ze willen erg graag geholpen worden met een luisterend oor en veel aandacht en liefde. Als psycholoog en als Christen heb je de neiging om direct in te gaan op deze hulpvraag; je hebt ervoor gestudeerd en bovendien ervaar je het als een plicht om je naasten lief te hebben; vooral als ze het zo moeilijk hebben.

Maar gaandeweg lijkt het wel alsof je motivatie verdwijnt. Hulpvragers doen zo'n zwaar beroep op je en de last kan soms zo sterk worden, dat je je begint af te vragen, waarvoor je het allemaal doet. Om antwoord op deze vraag te vinden, besloot ik om dit artikel te schrijven.

Over welke cliënten gaat het?

In dit stuk wil ik het hebben over vrouwen uit mijn praktijk, die als kind ernstig getraumatiseerd waren en op grond daarvan psychiatrische klachten vertonen. Vrouwen, die zwaar verwaarloosd werden en nu op zoek zijn naar aandacht en liefde. In de kerk worden zij tegenwoordig benaderd als incest-slachtoffers en als zodanig beleven zij zichzelf ook.

Hun lijdensdruk is groot en daarom benaderen ze een hulpverleenster met hun vraag om hen te helpen hun traumatische verleden te verwerken. Maar naarmate men deze vrouwen beter leert kennen, blijkt dat zij hun wens om bemind en gekoesterd te worden op een wel heel merkwaardige wijze tot uiting brengen. Zij hebben de neiging om geregeld terecht te komen in crisis-situaties. Als de hulpverleenster niet in actie komt, zo wordt je te verstaan gegeven, dan zullen er de verschrikkelijkste dingen gebeuren (ze zal zichzelf dood maken, gaan hoereren, ontvoerd worden, het huis uit gezet worden, haar auto of uitkering kwijtraken, enz., enz.).

Benadrukt wordt dat er onmiddellijk ingegrepen moet worden; er is altijd haast bij. Als je dan niet meteen beschikbaar bent, worden deze vrouwen kwaad, ze eisen en claimen en doen de grootste moeite om ervoor te zorgen dat de hulpverleenster voor hen in actie komt. Kortom, ze vertonen zogenaamd "actief-passief" gedrag. Met name patiÎnten met een "borderline-persoonlijkheidsstoornis" doen dit. Zij stellen zich passief op, maar dat betekent niet dat zij alleen maar achterover leunen. Nee, zij verrichten grote inspanningen om de hulpverlener in actie te laten komen. Dergelijk gedrag wordt door de Amerikaanse psychologe Marsha Linehan daarom "actieve passiviteit" genoemd.

"Kenmerkend voor deze mensen is dat ze problemen niet actief en doortastend, maar op passieve en hulpeloze wijze benaderen. Ook hebben ze de neiging om oplossingen voor problemen in het leven altijd te verwachten van hun omgeving (en vaak van de therapeut). Dat betekent dus dat de persoon aktief bezig is anderen ertoe te brengen om haar problemen op te lossen of om haar gedrag te reguleren, maar dat ze passief is als het erom gaat zelf haar eigen problemen op te lossen."
(Linehan, 1993, p.78)

Ik ben zielig; hoezo manipulatie

Het valt mij op dat cliÎntes, met veel pastorale ervaring extra geneigd zijn om oplossingen van anderen te verwachten. En als het bij de ene hulpverlener niet lukt, dan probeert men maar een andere. Er wordt alle mogelijke moeite gedaan om zich te laten "redden". Dergelijk gedrag heeft in de psychiatrie echter een nogal negatief etiket gekregen. Dit etiket heet "manipulatie". Met manipulatie wordt bedoeld, dat de persoon probeert om haar zin te krijgen en haar eigen doel te bereiken, zonder dat de ander in de gaten heeft dat hij daarvoor gebruikt wordt. Bij de groep mensen, waarover ik het hier wil hebben, is het te bereiken doel het verkrijgen van aandacht, in het middelpunt van de belangstelling staan en zich goed voelen zonder zelf enige moeite te hoeven doen.

Veel hulpverleners gaan ervan uit, dat hun cliëntes willen genezen, maar intussen heeft de cliënte een heel eigen agenda. Haar gaat het er alleen maar om zoveel mogelijk aandacht en liefde te krijgen. Er wordt dan een hulpverlener gezocht, die ertoe gebracht kan worden om haar bodemloze behoefte aan (moeder) liefde te bevredigen. Dit is het eigenlijke doel en wat de ander wil, is daarbij van ondergeschikt belang. De manipulerende cliÎnte wil gewoon haar zin krijgen. Zij speelt het spel mee en doet alsof ook zij er op uit is om aan zichzelf te werken. Daarbij is het vaak zo, dat ze zelf lange tijd helemaal niet beseft wat zij aan het doen is. Als zij/hij daarmee door anderen wordt geconfronteerd, zal ze zelfs schrikken en erg boos worden. Ze misleidt dus niet alleen anderen, maar ook zichzelf.

Vaak is het eisende, manipulerende gedrag ook nog gegrondvest op een bepaald moreel idee. De manipulerende persoon werkt dan op het geweten van de ander door naar dit (gemeenschappelijk) idee te verwijzen ("het is goed om geld aan arme mensen te geven, dus geef het maar aan mij", in de Bijbels staat "heb je naaste lief, ik ben je naaste, dus maak nu maar tijd vrij voor mij").

Het doel wordt doorgaans bereikt door op iemands schuldgevoel te werken of door iemand om te kopen. Als de ander het te bereiken doel dwarsboomt, is de manipulerende figuur vaak uit op wraak, want het is onverdraaglijk dat zij haar zin niet krijgt. Dus als de ander niet ingaat op de gevoelens en de behoeften van de manipulerende partij, kan het gebeuren dat de manipulator die ander domweg terug gaat pakken (zo, nu voel jij je net zo ongelukkig als ik).

In mijn eigen praktijk als psycholoog maak ik hier geregeld staaltjes van mee. Wanneer men een cliënte nog niet kent, is het moeilijk om de signalen van een manipulerend karakter tijdig te herkennen. Maar ÈÈn van de tekenen kan zijn, dat iemand steeds aan komt zetten met cadeautjes of dat ze een hele staf van hulpverleners om zich heen verzameld heeft.

Een voorbeeld hiervan is een meisje van achttien, dat haar vader van incest had beschuldigd. Bij een Christelijk echtpaar in haar kerk had ze een verward verhaal verteld, waaruit moest blijken dat ze als kind door verschillende daders en zelfs in een rituele sekte misbruikt zou zijn. Het christelijke echtpaar had haar liefderijk in huis opgenomen, was naar de politie gegaan, de ouders waren uit de ouderlijke macht ontzet, het meisje had een eigen advocaat, een mentor op school, een vertrouwensfiguur bij het RIAGG, een andere in een psychiatrische kliniek, enz., enz. Nadat ze een poosje bij het christelijk echtpaar in huis was geweest, begon ze de echtgenoot (die zich vreselijk voor haar had uitgesloofd) ook van seksueel misbruik te beschuldigen, nadat ze in een bepaalde kwestie haar zin niet had gekregen. Ze ging weer bij haar eigen ouders wonen en vond al gauw een ander liefderijk christelijk echtpaar om bij uit te huilen.

Een andere vrouw kwam met een lijst van wel twintig hulpverleners aanzetten, waaronder een maatschappelijk werkster, een psychiater en verschillende dominee's. het bleek dat zij een geheim leven als prostituee leidde, wat niemand mocht weten, anders werden haar kinderen afgepakt. Aandacht voor haar problemen kreeg ze van alle kanten genoeg, zonder dat ze iemand de kans gaf om er achter te komen, wat er werkelijk aan de hand was.

Manipulatie honderd jaar geleden

Ook in het verleden was al bekend dat mensen met psychiatrische klachten geneigd zijn om manipulerend gedrag te vertonen.

¡l in de vorige eeuw waren er vele vrouwelijke patiÎntes, die hierom bekend stonden. Vaak kregen zij als diagnose "hysterie". De Zweedse arts Axel Munthe beschrijft dat hij aan het begin van deze eeuw in Parijs vele van deze patiÎntes in zijn praktijk had. Hij vertelt dat ze maar al te graag afhankelijk waren van hun dokter, zich verbeeldden dat hij de enige was, die hen begreep en hem tot de held van hun dromen maakten. Hij vertelt van een getrouwde Amerikaanse vrouw, die hem gedurende drie maanden drie brieven per dag stuurde, de hele dag door opbelde, en hem achtervolgde als hij een avondwandeling met zijn honden maakte. Zij had een verdieping gehuurd aan de overkant van de straat, waar hij woonde, en bekeek door een telescoop alle patiÎnten, die zijn huis in en uit liepen.

Hij had drie keer midden in de nacht haar maag leeg moeten pompen in het hotel waar zij logeerde. En hij beschrijft dat zij hem achtervolgde als hij met vakantie was, over de muur van de tuin klom en trachtte zich in zee te verdrinken. Een andere patiÎnte, een Duitse, schreef de dokter bladzijdenlange gedichten en wilde hem dagelijks zien. Toen Munthe haar verzocht naar Duitsland terug te gaan, stak ze de kamer van haar hotel, dat twee huizen verderop lag, in brand. Het gevolg hiervan was, dat ze nog een week langer kon blijven om beschikbaar te blijven voor het onderzoek van de politie. Een derde patiÎnt was jaloers op het huisdier van de dokter, een uil. Ze kwam een keer op bezoek met een dode muis in papier verpakt.

"Ze had de muis in haar kamer gevangen, en ze was zeker, dat de uil die graag als middagmaal zou lusten. Maar de uil wist beter; nadat hij er op uilenmanier de kop had afgebeten, weigerde hij ze op te eten. Ik nam de muis mee naar de Engelse apotheek; ze bevatte genoeg arsenicum om een kat te doden."
(Munthe, 1930, p.454).

De vruchten van manipulatie

Nu is het zo, dat bepaalde mensen in deze wereld een veel makkelijker prooi vormen dan anderen, en dat zijn de vriendelijke personen met een zacht karakter. Nu zijn er van dit soort hulpverleners in christelijke kring heel wat en voor manipulerende patiÎntes vormt deze groep een uitgelezen doelwit. Door hun aangeboren zachtmoedigheid is dit soort hulpverleners niet geneigd om snel grenzen te stellen. Zij functioneren bovendien in een setting, waarin men hiertoe ook helemaal niet toe wordt gestimuleerd. In evangelische kringen ontbreekt een strakke, vaste structuur, waarin men wordt beschermd tegen eventueel onaangenaam gedrag van hulpvragers (en dat terwijl het aanleren van zelfbescherming tegen patiÎnten als de essentie wordt beschouwd van je vorming tot psychotherapeut, zoals ik aan de Universiteit leerde van mijn hoogleraar-promotor. Maar dit terzijde. Hij was overigens geen Christen, dat moet ik er even bijzeggen).

Zachtaardige personen zijn er nu eenmaal niet goed in om grenzen aan anderen te stellen. En wie een Christen is, wordt daartoe ook niet aangemoedigd; integendeel. Eeuwenlang is er grote nadruk geweest op het gebod tot naastenliefde, dat Jezus ons in de Bijbel heeft gegeven. Nu is een gebod niet alleen een soort van oproep, maar is het ook nog eens iets op grond waarvan men zich verplicht voelt om dingen te doen. Wanneer we het over liefde hebben, zitten we echter met het probleem dat liefde ook een gevoel is. En gevoelens kan je nu eenmaal niet dwingen. Na verloop van tijd is het zo, dat het hart van een hulpverlener gaat aanvoelen als een leeggeknepen citroen. Want zelfs Christenen zijn ook maar mensen. Mensen, die het op een bepaald moment niet meer opbrengen om van een ander te houden, omdat het nu eenmaal erg moeilijk is om manipulerende mensen te beminnen, die door hun gedrag anderen alleen maar van zich afstoten. Marsha Linehan beschrijft dit op bloemrijke wijze:

"Het is geen uitzondering dat borderline-patiÎnten je dwingen, zichzelf opdringen en intimiteit en kwetsbaarheid van anderen (inclusief hun eigen therapeut) opeisen. Als dat gebeurt, gaat degene die wordt gedwongen en opgeÎist zich terugtrekken en bouwt hij een barriËre om zichzelf heen. Dat is een natuurlijke reactie. Het is moeilijk om ontspannen en spontaan te blijven met iemand die ermee dreigt zichzelf te doden, zodra je een interpersoonlijke fout maakt. Het is moeilijk om intiem te zijn met iemand, die de ene dag hartelijk reageert en je de volgende dag verbitterd aanvalt."
(Linehan 1993, p.391)

Hoewel manipulerende patiÎnten erop uit zijn om liefde te ontvangen, is het resultaat van hun gedrag meestal juist totaal averechts; de hulpverlener krijgt een hekel aan ze. Maar als christen komt men hiermee meteen in een enorm dilemma terecht.

Een hulpverlener is ook maar een mens

Enerzijds voelt de hulpverlener (en met name de persoon met het zachtaardige karakter) zich verplicht om haar cliÎnten lief te hebben. Maar aan de andere kant zal hij/zij heftige gevoelens van uitputting en afkeer ontwikkelen bij gedrag dat het ontstaan van een spontaan gevoel van sympathie in de weg staat. Want behalve eisend en claimend, kunnen cliÎnten soms ook ronduit onbeschoft zijn. De Amerikaanse Marsha Linehan schrijft:
"In mijn tijd ben ik meer uitgescholden, ondermijnd en is er meer diepgaand aan mijn motieven getwijfeld van de kant van borderline-patiÎnten, dan dat ik ooit van andere mensen heb meegemaakt. Soms zijn deze aanvallen echter ook nog van fysieke aard. Dit zijn dan met name aanvallen op de eigendommen van de hulpverlener. PatiÎnten in onze kliniek hebben bijvoorbeeld klokken en meubilair vernield, post gestolen, met voorwerpen gesmeten, gaten in muren geschopt en graffiti op de muur geschreven."
(Linehan 1993, p.77).

Hulpverleners, die met dergelijk gedrag worden geconfronteerd, zitten in een moeilijk parket. Ik weet van collega's dat zij in levensgevaar hebben verkeerd (ternauwernood aan wurging ontsnapt door een cliÎnte, die haar zin niet kreeg); een psychologe, die bij mij is afgestudeerd, is vorig jaar door iemand uit haar clientele doodgestoken, toen ze bezig was met een proefschrift over de diagnostiek van seksueel misbruik. En zelf ben ik herhaaldelijk het doelwit geweest van telefoonterreur en 'stalking' (aan de deur kloppen, bonken, roepen, je achtervolgen). Zonder steun van collega's slaag je er niet in om vol te houden.

Ik vind daarom dat steun aan hulpverleners vanuit de kerk noodzakelijk is, want het gevaar voor uitputting en 'burn-out' is bijzonder groot. Helaas is er binnen evangelische kring voor de noden van hulpverleners nog weinig aandacht. Hier heerst nog steeds het idee, dat zij anderen van dienst moeten zijn en meent men dat juist verwonde mensen alleen maar heel veel liefde nodig hebben. Intussen werkt dit uitgangspunt manipulatie in de hand en voorkomt het dat de cliÎnt opknapt.

Eisende slachtoffers en 'therapie-interfererend gedrag

De filosofie, dat zulke cliÎntes in de eerste plaats slachtoffers zijn, maakt het allemaal nog erger. Zo verliest men het zicht op het feit dat deze cliÎnten vaak aan niets anders denken dan aan hun eigen sores en niet eens op het idee komen dat hun gedrag voor een ander wel eens niet zo leuk zou kunnen zijn. Door deze egocentrische houding zijn ze zich in feite als dader gaan opstellen en herhalen ze het gedrag, waarvan zij als kind zelf het slachtoffer waren.

In de seculiere hulpverlening is men hiervoor veel meer op zijn hoede. Eisend en woedend gedrag van de kant van cliÎnten wordt hier acting-out genoemd. Dergelijk gedrag wordt ook wel betiteld als ageren; men is er niet van gediend en dat wordt meteen vanaf het begin van de behandeling duidelijk gemaakt. De filosofie is, dat toegeeflijkheid de zaak alleen maar doet escaleren. Zolang er mee-geageerd wordt (d.w.z. als men de cliÎnt haar steeds haar zin geeft), zal er juist niets veranderen (terwijl verandering van de cliÎnt nou net het doel van de communicatie was). Agerende cliÎnten worden daarom streng aangepakt en wie niet bereid is om zich aan de regels te houden, wordt vaak niet eens in behandeling genomen. De reden ervoor is dat deze mensen de behandeling zo vaak saboteren door zogenaamd therapie-interfererend gedrag vertonen.

"We hebben hier te maken met het wegblijven op therapie-sessies, met tegenwerking, sabotage of het overschrijden van de grenzen van de hulpverlener. Ander gedrag houdt in: ongeduld en opmerkingen, dat de therapeut het beter zou kunnen of een slecht hulpverlener is, met name wanneer de toon sarcastisch is; een vijandige houding, kritiek op de persoon of de persoonlijkheid van de hulpverlener, kritiek op de waarden en normen van de hulpverlener, op diens werk of diens familie; gebrek aan waardering of dankbaarheid voor de inspanningen van de hulpverlener; een onvermogen of gebrek aan bereidheid om in te zien of toe te geven dat er vooruitgang wordt geboekt; en vergelijkingen van de hulpverlener met anderen die worden gezien als betere hulpverleners. Buitengewoon belastend gedrag van patiÎnten omvat de dreiging om een therapeut een proces aan te doen, om hem of haar aan te klagen bij een beroepsvereniging of om op andere wijze uit te zijn op een openbare terechtwijzing van de hulpverlener."
(Linehan, 1993, p.137)

Uit dit citaat wordt duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor onhebbelijk gedrag bij de cliÎnt wordt gelegd en dat men ervan uit gaat, dat het aan de cliÎnt is, om te proberen de relatie met de hulpverlener goed te houden. Het doel van de relatie is dat de cliÎnt opknapt, maar zij moet daar zelf ook wat voor doen. Dit is een heel ander uitgangspunt, dan wanneer er vooral van de hulpverlener wordt verwacht dat zij zich uitslooft. Wie meent dat slachtoffers gewoon recht hebben op steun en medeleven, vindt er niets vreemds aan wanneer de hulpverlener zich enorme inspanningen getroost om het vertrouwen van de cliÎnt te winnen en te behouden. Men hoopt daarbij vaak wel dat de hulpverlener deskundig genoeg is om je te begrijpen en te genezen ('ik weet heus wel dat ik een moeilijk mens ben'). De verantwoordelijkheid voor de genezing wordt meestal volledig bij de hulpverlener gelegd ('eens kijken hoe snel u mij beter krijgt' of 'u moet het toch weten, want u hebt er voor gestudeerd'). CliÎnten met dit soort verwachtingen vinden eigenlijk dat de hulpverlener er blij mee mag zijn dat zij haar de eer aandoen om van haar, de hulpverlener te houden ('je bent echt de eerste, die ik helemaal vertrouw; dit heb ik nog nooit aan iemand verteld').

Wie dit heeft meegemaakt, krijgt echter gaandeweg steeds meer een tegenzin om de rol van vertrouweling en 'toverdokter'' toebedeeld te krijgen. Zelf vind ik dit zo langzamerhand een bijzonder twijfelachtige eer. Het is daarbij overigens mijn ervaring dat het in evangelische gemeenten geen uitzondering is als derden in dit scenario een belangrijke rol spelen. Zoals de wanhopige echtgenoot, die het zelf niet langer redt om geduld met de sex- of andere problemen van zijn vrouw op te brengen, of de dominee, die tevergeefs maandenlang geprobeerd heeft om een incest-slachtoffer op poten te zetten, terwijl zij steeds op 'onverklaarbare wijze' zwanger blijft raken (van prostituerende klanten, maar dat mag de dominee niet weten). Op een bepaald moment gaan zulke derden wanhopig op zoek naar een liefdevolle christen. Met de beste bedoelingen wordt er iemand gezocht, die een uitweg kan bieden en wie zich op dat moment als redder in de nood opwerpt, mag rekenen op grote dankbaarheid en waardering. Naderhand merkt de hulpverlener, die zich in dit scenario heeft begeven dan echter, dat ze in een afschuwelijk wespennest terecht is gekomen, waarin zijzelf aardig bezeerd dreigt te raken.

Is het christelijk om liefde te eisen?

Getraumatiseerde mensen kunnen dus onaangenaam gedrag vertonen, maar het moeilijke is, dat de persoon zelf dit helemaal geen punt vindt, Die gaat er juist van uit volkomen in haar recht te staan. Wordt er in de Bijbel niet zwart op wit geschreven dat je je naaste moet liefhebben? Staat er ook niet dat vrouwen van nature zwak zijn en is het niet zo dat je als incestslachtoffer een beklagenswaardig persoon bent? Riep de voorganger in de kerkdienst niet juist op om aan gewonde mensen extra aandacht te besteden? Dan mag je daar toch best om vragen bij een hulpverlener? Daar hoef je je toch helemaal niet voor te schamen?

In zijn boek 'Van binnen uit" beschrijft de christen-psycholoog Larry Crabb (1993) dat de eisende mens zelf het eisen absoluut niet als een probleem beleeft. Integendeel, stelt hij, eisen geeft een goed gevoel. Je staat in je recht. Crabb beschrijft dat mensen zelfs naar God toe een dergelijke houding kunnen ontwikkelen, zoals in het verhaal van Job. De afloop van dit verhaal maakt echter duidelijk hoe verkeerd en absurd het is om ook maar iets van God te eisen. Een eisende houding houdt automatisch een aanklacht in, maar het past de mens helemaal niet om God aan te klagen. Voordat God deze mens tegemoet komt, moet eerst zijn trotse houding worden ontmaskerd en doorbroken, zoals we in het verhaal van Job zien. Crabb stelt uiteindelijk, dat lijden je helemaal geen rechten geeft. En dat is een les, die sommige incestslachtoffers in de huidige evangelische kerken wel eens ter harte zouden kunnen nemen.

Volharding in de liefde

Volgens Gary Chapman (1996, p.16), een psycholoog, die een boek over huwelijksliefde schreef, heeft elk mens een diepe emotionele behoefte aan liefde. Gezonde mensen richten hun leven zo in, dat deze behoefte door familie en vrienden wordt vervuld, door een huwelijkspartner bijvoorbeeld. Doordat de ÈÈn de ander liefde geeft, vult deze daarmee als een ware een soort van liefdes-tank in die persoon. Chapman bedoelt hiermee een soort van emotioneel reservoir, waaruit men kan putten om aan anderen (kinderen, vrienden) weer liefde terug te geven. Als dit reservoir leeg is, is het bijna onmogelijk om andere mensen te beminnen; men heeft er gewoon geen energie meer voor; men voelt zich leeg en uitgehold.

Bij de hulpverlening aan psychiatrische patiÎnten lijkt het wel, alsof zij ermee bezig zijn om de liefdes-tank van de hulpverlener in een record tempo leeg te maken. Zoals de cliëntes, die 'shoppen' langs hulpverlener nummer ÈÈn, die het een tijdje volhoudt tot ze na maanden overspannen raakt, waarna hulpverlener nummer twee zich bereid verklaart de cliÎnte op te vangen en het ook niet meer volhoudt, zodat nummer drie in beeld komt, etcetera, etcetera; ad nauseam. Zolang de client de hulpverlener nog wat liefde teruggeeft, is het voor de hulpverlener wat makkelijker om haar of zijn taak vol te houden. Maar toch is dat niet de formule, op grond waarvan het spel gespeld dient te worden. Verwonde clientes zijn nu eenmaal vaak psychiatrisch ziek en daarom gebrekkig in de sociale omgang; van hen kan en mag men niet verwachten dat ze jouw "liefdes-tank" opvullen, hoe lief en aanhankelijk ze zich soms ook kunnen opstellen.

Daarom moet een hulpverlener ervoor zorgen dat zij of hij uit zichzelf genoeg liefde heeft (in ieder geval een minimum aan sympathie voor de client) om die persoon te kunnen begeleiden en om onaangenaam gedrag te kunnen verdragen. Als het er echt om gaat om iemand daadwerkelijk uit de klauwen van duidelijk slechte mensen te "redden" valt dit nog wel op te brengen, zoals in het geval van een onze clientes, die in een satanische sekte gevangen zat. Zolang er bij haar werkelijk sprake was van criminele bedreiging, bleef onze motivatie (van mijn asistente en mezelf) hoog genoeg. het werd moeilijker toen het erg lang (drie jaar) ging duren.

We begonnen uitgeput te raken toen er een situatie ontstond als in het sprookje van Roodkapje en de wolf. ("Klop,klop- Wie is daar?- Toe lief meisje doe mij eens open, ik breng je wat lekkers - cliente doet open en wordt voor de zoveelste maal verkracht, waarna de "wolf" likkebaardend naar huis gaat.) Zolang de wolf naar Roodkapje toekwam bleven we, ondanks onze vermoeidheid, voldoende gemotiveerd om haar te"redden". (En dan is het bijzonder bevredigend om mee te maken dat "slechte mannen", door ingrijpen van de politie ermee stoppen je cliente lastig te vallen). Pas toen Roodkapje het in haar hoofd ging halen om opnieuw en uit zichzelf naar een (andere) grote boze wolf toe te gaan, begon ons geduld en liefde op te raken.

Een hulpverlener is immers ook maar een mens, en waar moet zij dan haar "reservoir" weer vol tanken? Wie helpt ons weer op de been in dit soort situatie's? Mijn assistente en ik hebben lange tijd alleen maar steun aan elkaar gehad, want supervisoren, collega's of andere Christenen ging dit de pet verre te boven. Wie dan God niet heeft, staat met lege handen en houdt het niet vol om op lange termijn (naasten)liefde voor zo'n client op te brengen. Maar wie God wel heeft, voelt zich geroepen:

"Kom op voor wie ten onrechte ter dood veroordeeld worden en doe alles wat je kunt om hun leven te redden. Zeg later niet:"We hebben het niet geweten". Want God doorgrondt de harten van de mensen. Hij houdt je in het oog en weet of je de waarheid spreekt. Hij beloont of bestraft je op grond van wat je doet."
(Spreuken 25: 11-13)

Een chronische honger naar liefde

Nu zijn er in de christelijke wereld vele vormen van naastenliefde, opvang van verslaafden, stervenden, prostituees, enz. enz. Daar waar het doel van je contact slechts de bekering van de client is, schijnt de termijn van begeleiding goed te overzien te zijn. (Ik hoor geregeld dat het in een kwartiertje gepiept is, zoals bij de mensen die "naar voren komen" tijdens gemeentediensten, als teken dat ze hun hart aan Jezus geven) Bij de begeleiding van getraumatiseerde mensen is het echter realistisch om ervan uit te gaan dat naastenliefde veel meer tijd kost. We hebben hier te maken met mensen die er hun hele leven al naar snakken om hun "liefdes-tank" te laten vullen. Als kind zijn ze zo verwaarloosd, dat zij een chronische honger naar liefde ontwikkelden, naar de liefde van mensen (een vader en moeder in dit geval) wel te verstaan. Die honger trachten ze nu te bevredigen door een hulpverlener te bezoeken en in de meeste vormen van pastoraat wordt dit ook als een heel legitiem motief beschouwd.

Het is echter nog maar de vraag of men deze uitgehongerde mensen een dienst bewijst door hun liefdes-trek te bevredigen. Ik zal hier straks op terugkomen. Intussen moeten we ons eerst afvragen waarom deze mensen er toch steeds mee doorgaan om (ondanks herhaalde afwijzing) liefde van anderen te blijven opeisen. De reden hiervan is, dat hun pijn en honger naar liefde zo buitensporig sterk is, veel groter dan bij "gezonde" mensen. Vroeger werd gedacht dat psychiatrische patienten die als kind het slachtoffer van incest waren, naderhand vooral leden aan de gevolgen van het delict (incest,mishandeling) zelf. Nu wordt echter veel meer benadrukt dat incest en mishandeling weliswaar bijzonder traumatiserend zijn, maar dat het vooral een gebrek aan liefde is wat zo'n pijn doet. In de praktijk blijkt dat de diepe honger naar liefde (en het verdriet over het gemis van ouderliefde) een nog veel groter trauma te zijn dan het seksuele geweld of de mishandeling op zich. De Amerikaanse psychiater Ross schrijft hierover:

"Vroeger dacht ik dat het meest pijnlijke materiaal om in therapie te verwerken de specifieke incestueuze incidenten betrof. Vanuit dit idee was het logisch om te veronderstellen dat het meest pijnlijke werk gedaan zou zijn, zodra de herinneringen hieraan verwerkt zouden zijn. Dit was een puur Janetiaans idee. Maar ervaring heeft me geleerd dat Janet ongelijk had. De diepste pijn wordt verwerkt als er geen herinneringen meer herwonnen hoeven te worden, in de late pre-integratie-fase van de behandeling. (Ross spreekt hier over mensen met een Meervoudige Persoonlijkheids Stoornis, waarbij er persoonlijkheidsdelen geintegreerd worden, F.A.) De diepste pijn komt voort uit de algehele "gestalt" van iemands kindertijd. Het gaat er niet zozeer om dat pappa op een bepaalde dag dit deed en een andere dag dat, maar het is meer de totale sfeer in dat gezin, de ontkenning, de kwetsende opmerkingen, de geheimen, het verraad, de leugens, en de eindeloze onoplosbare "dubbele bindingen"
. Dit komt bij de patient het hardste aan. De diepste pijn is niet incident-specifiek, en hangt niet af van de juistheid van een bepaalde categorie herinneringen.(Ross, 1997,p284)

Ross lijkt hier te bedoelen dat het kind nooit echte liefde heeft gekend, maar dat het besef hiervan onverdraaglijk is. De vaderfiguur die haar had moeten liefhebben, verkrachtte en misleidde haar en haar moeder was er nooit om haar te redden. In technische termen gesproken heet dit, dat het getraumatiserde kind nooit een veilige "hechtingsfiguur" heeft gekend. In haar later leven zal zij hiernaar blijven zoeken.

Bevrediging van liefdeshonger

Nu is het zo, dat Christelijke hulpverleners een goed doelwit lijken te zijn voor de functie van hechtingsfiguur, omdat zij zich zo vaak geroepen en verplicht voelen om voor anderen liefdevol en beschikbaar te zijn. Maar in de praktijk blijken deze pogingen om door liefde goed te maken wat iemand als kind tekort kwam , vaak averechts te werken. In plaats van dat de liefdeshonger wordt bevredigd, blijft de getraumatiseerde persoon verlangen naar meer en meer, tot wanhoop van de goedbedoelende hulpverlener. Er wordt eisend gedrag ontwikkeld:" Je MOET van mij houden." Het kan voor sommige clientes een dagtaak zijn om haar onuitputtelijke honger naar liefde te bevredigen, zoals in het bovenbeschreven voorbeeld van de patiente van Axel Munthe, die haar dagen vulde met het achtervolgen van haar dokter.

Wat bezielt mensen toch om een ander zo te blijven lastig vallen, volkomen blind voor het feit dat die je alleen maar afwijst? Zoals al gezegd kan de mening RECHT op liefde te hebben hiervan de reden zijn. (Aan dit recht kan een cliente overigens ook een bepaalde trots ontlenen, een zekere hoogmoed en ongezeggelijkheid-"Niemand hoeft mij te vertellen wat goed voor mij is, dat bepaal ik zelf wel; ik weet wel wat ik nodig heb en dat is jouw liefde".) Maar dezelfde beweegredenen kunnen ook psychodynamisch worden bekeken.

Eisen en claimen als vlucht voor de pijn van het rouwen

Sinds Freud is in de psychiatrie bekend dat bepaald "gestoord" gedrag voor de persoon zelf een heel belangrijke functie heeft. Eisen, iemand blijven lastig vallen ("stalken" heet dit zo mooi in het Engels, een strafbaar feit overigens), de boel vernielen, enz. enz. lijkt op het eerste gezicht nogal dysfunctioneel, maar Freud heeft ons geleerd om dergelijk gedrag eens wat nader onder de loep te nemen. Dan wordt duidelijk dat DYS-functioneel gedrag helemaal niet zo overbodig is als het lijkt, maar eigenlijk voor de patient zelf juist heel functioneel blijkt te zijn. Maar wat is dan wel die functie? Die heeft te maken met het onderdrukken van ondraaglijke gevoelens. Door te "ageren" door anderen lastig te vallen, door te eisen en te claimen slaagt men erin om de pijn van vroegere afwijzingen te onderdrukken. Deze dringt dan niet door tot de persoon, ze wordt AFGEWEERD , zoals dat heet.

In plaats zich van de vroegere afwijzing bewust te worden, trachten ernstig getraumatiseerde vrouwen dit feit te ontkennen. Steeds opnieuw willen ze bemoederd worden; ze vinden het heerlijk op schoot te zitten, geknuffeld te worden, of om gezellige dingen met de hulpverlener te doen. Ze worden boos en teleurgesteld als dit niet gebeurt. Maar door op dergelijke wensen in te gaan, houdt men de afweer van de vroegere verlatenheid intact. Clienten komen er op deze manier nooit aan toe om de afwijzing door hun eigen (vader) moeder te gaan verwerken. Door zelf een nieuwe moederfiguur te (helpen) vinden , bereikt men alleen maar dat iemand blijft vluchten voor de ondragelijke emoties. Maar intussen is het (sinds Freud) nu juist de opdracht om NIET mee te ageren, om wensen NIET (alsnog) te vervullen, want daardoor wordt men medeplichtig aan het in stand houden van de afweer en verandert er psychodynamisch gezien helemaal niets bij de patient. Vandaar dat in de psychiatrie pogingen om de behoefte aan een moeder- of vaderfiguur te bevredigen heel ernstig worden veroordeeld. Een voorbeeld hiervan is het volgende citaat van de psychiater Colin Ross:

"Ik heb verhalen gehoord over ongelooflijk slechte psychotherapeutische behandelingen, die werden gepresenteerd als een soort van "bemoedering", welke ik (Als ik zou moeten getuigen) zou beschrijven als een grove vorm van misbruik. De therapeut is een therapeut en geen moeder en de patient is een patient en geen kind".
(Ross, 1997,p333)

Pas wanneer de diepe pijn van het gemis aan en liefdesfiguur, een veilige hechtingspersoon in de kindertijd verwerkt is, kan de persoon leren wat het is om normale liefde te geven en te ontvangen. De hulpverlener die erop uit is om de client haar pijn te laten verwerken, zal daarom juist NIET trachten om haar behoefte aan een moeder-of vaderfiguur te bevredigen. Want zo kan ze voor de verwerking van de pijn blijven wegvluchten, in plaats van die onder ogen te zien.

Mag een christen nee zeggen?

Als Christen zal je zeggen, maar wat geeft het nou als iemand liefdevol is voor een ander; het is toch juist Gods bedoeling dat we elkanders lasten dragen? Maar is dat werkelijk zo? Komen we in de Bijbel niet ook een andere houding tegen, waarin wordt benadrukt dat een mens verantwoordelijk is voor haar of zijn eigen beslissingen? Is God niet ook iemand die ons tuchtigt en straft, met de bedoeling om te leren ZELF verantwoordelijk te zijn en om op onze eigen benen te staan? het lijkt mij dat dit niet alleen voor mannen, maar ook voor vrouwen bedoeld is. Maar het valt me op , dat vrouwen in evangelische kringen vaak erg afhankelijk zijn van (met name hun eigen) mannen. Zij worden zwakker, als "brozer vaatwerk" beschouwd, zoals dat zo mooi in de Bijbel staat. (1Petr.3:7) Door dit idee bij getraumatiseerde en psychiatrisch zieke vrouwen te benadrukken, worden zij echter bepaald niet gestimuleerd om te groeien. Integendeel, op deze manier krijgt de vrouw een extra excuus aangerijkt om zich onverantwoordelijk te blijven gedragen.

Ik denk dat we in dit verband veel meer hebben aan de boodschap, zoals die staat in Joh. 5:6 Jezus komt aan bij een waterbron in Betesda. Daar ligt al heel lang, al 38 jaar, een zieke man op genezing te hopen. Jezus komt naar hem toe en stelt hem de vraag: "Wilt u beter worden?". Nou, je kan er wel van uitgaan dat die man dat wil, waarom ligt hij er dan al 38 jaar op te wachten? Natuurlijk wil die man dat! Vanwaar deze vraag? Ik denk dat het is, omdat Jezus deze zieke man wilde testen. Was die er op uit om zich passief te laten redden of was hij bereid om iets te doen, namelijk naar Jezus luisteren en zich in geloof aan hem over te geven? Was hij bereid om zelf iets te doen? Voor genezing is de bereidheid om zelf verantwoordelijkheid te nemen heel belangrijk. Hierover is ook de seculiere hulpverlening heel duidelijk. Zo stelt de Amerikaanse therapeute Judith Herman dat het er bij de begeleiding van getraumatiseerde vrouwen om gaat hen te leren om op hun eigen benen te staan. Ze schrijft hierover het volgende:

"De basis voor herstel is de autonomie van de overlevende. Zij moet de ontwerper en regisseur zijn van haar eigen herstel. Anderen mogen adviezen, bijstand, steun, begrip en zorg, maar geen genezing bieden. Vele welwillende en goedbedoelde pogingen om de overlevende bij te staan zullen niet meer doen dan haar herstel aan te moedigen, hoezeer deze pogingen ook in haar belang lijken te zijn. In de woorden van een incest-overlevende: "Goede therapeuten waren degenen die mijn ervaringen een plaats gaven en me hielpen om zelf mijn gedrag te beheersen in plaats van dat deze mensen mij beheersten".
(Herman 1993,p133)

Vechten tegen de afweer

Het paradoxale is echter, dat een cliente niet kan leren om op haar eigen benen te staan zonder dat ze door een ander geholpen wordt om te rouwen over de vreselijke afwijzing in haar jeugd. Zij kan dit eenvoudig niet op haar eigen houtje. Het is de taak van een hulpverlener om de cliente te helpen de vroeg-kinderlijke afwijzing te verwerken. Hiervoor heeft men en lange adem nodig. Om dit proces tot en goed einde te brengen, moet er een band met de cliente worden opgebouwd. Het is belangrijk dat de cliente weet, dat de hulpverlener van haar houdt, terwijl ze tegelijkertijd beseft dat hun relatie een "werkrelatie" is, die per definitie eindig en beperkt is en waarvan het de bedoeling is, dat zij haar best gaat doen om te veranderen. De hulpverleenster moet daarbij goed beseffen dat zij aan een langdurige klus begint, die des te langer gaat duren, naarmate de cliente ernstiger getraumatiseerd is.( men moet ervan uit gaan dat men voor jaren-een periode van tien jaar is geen uitzondering-eraan vastzit) Wie dit niet aan kan, moet er niet aan beginnen. Want wie dergelijke patienten eerst de illusie geeft dat ze worden bemind, om ze dan uitgeput en uitgezogen na en aantal maanden aan de kant te ztten, doet meer kwaad dan goed.

Maar wat houdt de verwerking zelf nou in de praktijk in? Nou ik kan de lezer vertellen dat dit een vreselijke klus is. Ten eerste moet de hulpverlener zich ertegen verzetten om als moedersubstituut in bezit genomen te worden en krijgt daar als dank driftbuien en eisend gedrag voor terug. De cliente zal er alles an doen om grenzen die gesteld worden omver te halen of ter discussie te stellen. En dan is het verleidelijk om haar haar zin te geven. Het is veel makkelijker om een patient die aandacht wil elke week maar zo'n beetje te knuffelen en te bemoederen dan om haar te leren om grenzen te accepteren.

Veel meer inspanning en energie kost het om duidelijk te maken dat je niet wilt dat ze bij je in huis woont of komt afwassen op je verjaardag, of naast je in bed komt liggen en sinasappels komt uitpersen als je ziek bent, dat je geen ontbijt op bed wilt met moederdag en dat je best het recht hebt om wekenlang met vakantie te gaan. ("Dat is gemeen, een ECHTE mama doet zoiets niet") Het is een heel gevecht om vervolgens uit te leggen, dat je zulke dingen niet weigert omdat zij slecht is, maar dat je daar nu een hele andere reden voor hebt. (En het valt niet me om daarna aan te moeten horen dat ze nu HELEMAAL ZEKER weet dat je absoluut niet van haar houdt.) Pas als dit gevecht gepasseerd is, komt de fase waarin je als hulpverlener geconfronteerd wordt met en overstelpend, grenzeloos verdriet, een bodemloze eenzamheid, de verlatenheid van een klein kind dat er altijd alleen voor stond. Je moet wel een hart van steen hebben, om hier onberoerd door te blijven.

Hoe ziet genezende liefde er uit?

In de praktijk blijkt dan ook dat men dit werk niet zonder liefde kan doen. Maar ook duidelijk is hopelijk inmiddels geworden dat de liefde waar het hier wel om gaat van een geheel andere orde is dan de liefde die onze clientes ons trachten af te dwingen.

Wat er nodig is, is liefde zoals Jezus die liet zien, een wijze liefde, warin men een tweede mijl gaat met iemand.(Mat. 5: 41) , maar dan wel op het moment en in het tempo dat het goed voor de ander is en degene die dat bepaalt is de hulpverlener en niet de client. Als we vanuit onszelf niet genoeg van dit soort liefde hebben, kunnen we God daarom vragen. Voorwaarde daarbij is echter wel, dat we het uit eigen vrije wil doen; als je van jezelf weet dat je het niet zal opbrengen, is duidelijk dat je niet de roeping hebt om iemand op zo'n vermoeiende manier lief te hebben en dat is toch ook helemaal niet erg; er zijn zoveel manieren om Gods wil te doen. Ook hierover is de Bijbel duidelijk: Lukas 14:28 "Wie zijn kruis niet achter mij aandraagt, kan onmogelijk mijn leerling zijn. Als iemand van u een toren wil bouwen, maakt hij eerst rustg en kostenberekening, om te zien of hij voldoende geld heeft om de bouw te voltooien. Want anders legt hij wel de fundering, maar kan hij de toren niet afmaken. Dan lacht iedereen die het ziet hem uit en zegt: Die man is met de bouw begonnen maar kan het niet afmaken!"

Uit vele voorbelden in de Bijbel wordt duidelijk, dat Jezus zelf wist wat Hij deed en een bodemloze voorraad van liefde had voor zondaars en voor "geknakte mensen" Hij was en is zachtmoedig en vriendelijk (Jes. 42:3 en Math.11:29) Desondanks liet Hij zich door niemand manipuleren. En pogingen om Hem te manipuleren waren er genoeg. Uit verschillende voorbeelden blijkt, dat men herhaalde malen trachtte Jezus onder drtuk te zetten, bijvoorbeld door op zijn schuldgevoel te werken (Joh.12:1-11) Men probeerde om hem te misleiden (Lukas 4:1-13) en om hem op te jagen. (Joh.11:3-8)

Jezus ging hier, ondanks Zijn zachtmoedigheid niet op in; en Hij kon af en toe ook heel streng zijn. Het is niemand gelukt om Hem naar zijn hand te zetten. Dit betekent dat de Zoon van God zelf, zich beslist niet liet manipuleren. Waarom zouden zijn navolgers dat dan wel toelaten? Wat helpt, is het idee dat men de begeleiding van getraumatiseerde mensen eigenlijk niet op zich neemt uit liefde voor deze personen zelf, maar uit liefde voor Jezus. Onze liefde voor Jezus geeft ons vanzelf doorzttingsvermogen:

"Om onze trouw aan u zijn we voortdurend in levensgevaar; we worden behandelt als slachtvee. Maar dat alles komen we zegvierend te boven, dankzij Hem die ons liefheeft. Ik ben er zeker van dat niets ons van God kan scheiden; dood of leven, engelen of geestelijke krachten, heden of toekomst, machten boven of beneden ons, niets in de hele schepping kan ons scheiden van God die ons liefheeft in Christus Jezus onze Heer." (Rom.8: 36-40)
Dr. Francine Albach,
psychologe Amsterdam.
april 1998
Literatuur:
Chapman,G. (1996) De vijf talen van de liefde. Vaassen, Medema.
Crabb,L.(1993) Van binnen uit. Werkelijke verandering is mogelijk. Driebergen. De Navigators.
Herman.J.L. (1992) Trauma and recovery. Basic Books
Linehan,MM. (1993) Cognitive-behavioral treatment of borderline personality disorder.New York, The Guilford Press.
Share:Del.icio.us!Facebook!Google!Live!Yahoo!

Categorie: Christelijke medische ethiek
France
, € EUR
English
Contact us 24/7: 0805 10 99 17
Shop for him

Christian Louboutin

Christian Louboutin’s collections are a perfect marriage of Parisian glamour and Italian craftsmanship. The story of the signature rouge reflects the designer’s flamboyant and creative personality – when working in his studio in the ‘90s, he grabbed a bottle of red nail polish from his assistant Sarah and painted a shoe’s sole. Don’t miss our edit of the iconic ‘So Kate’ and ‘Pigalle’ pumps.

Outfit View Product View

Christian Louboutin

277 Results

X

SORRY


No results matching your criteria.
OK
Christian Louboutin Panettone spiked glittered metallic leather continental wallet
Christian Louboutin Panettone spiked glittered metallic leather wallet
Christian Louboutin Konstantina pompom-embellished leather point-toe flats
Christian Louboutin
Panettone spiked glittered metallic leather continental wallet
€575
Christian Louboutin
Panettone spiked glittered metallic leather wallet
€255
Christian Louboutin
Konstantina pompom-embellished leather point-toe flats
€595
Christian Louboutin Tsarou pompom-embellished printed suede pumps
Christian Louboutin Tsarou 100 pompom-embellished suede pumps
Christian Louboutin Iriza 70 patent-leather pumps
Christian Louboutin
Tsarou pompom-embellished printed suede pumps
€745
Christian Louboutin
Tsarou 100 pompom-embellished suede pumps
€745
Christian Louboutin
Iriza 70 patent-leather pumps
€545
Christian Louboutin Fliketta 85 textured-lamé pumps
Christian Louboutin + Roland Mouret Ramour 100 suede and metallic textured-leather pumps
Christian Louboutin Douce du Desert 100 crepe de chine pumps
Christian Louboutin
Fliketta 85 textured-lamé pumps
€645
Christian Louboutin
+ Roland Mouret Ramour 100 suede and metallic textured-leather pumps
€795
Christian Louboutin
Douce du Desert 100 crepe de chine pumps
€695
Christian Louboutin Iriza 100 patent-leather pumps
Christian Louboutin Octavian 35 studded fringed patent-leather mules
Christian Louboutin Yasiling 70 bow-embellished leather slingback pumps
Christian Louboutin
Iriza 100 patent-leather pumps
€545
Christian Louboutin
Octavian 35 studded fringed patent-leather mules
€695
Christian Louboutin
Yasiling 70 bow-embellished leather slingback pumps
€675
Christian Louboutin Pigalle 100 printed patent-leather pumps
Christian Louboutin Spikyshell 100 embellished leather pumps
Christian Louboutin Panettone spiked textured-leather wallet
Christian Louboutin
Pigalle 100 printed patent-leather pumps
€560
Christian Louboutin
Spikyshell 100 embellished leather pumps
€695
Christian Louboutin
Panettone spiked textured-leather wallet
€525
Christian Louboutin Rex 100 embellished velvet Mary Jane pumps
Christian Louboutin Perou Corazon appliquéd velvet loafers
Christian Louboutin Cadrilla Corazon 100 appliquéd velvet pumps
Christian Louboutin
Rex 100 embellished velvet Mary Jane pumps
€1,195
Christian Louboutin
Perou Corazon appliquéd velvet loafers
€795
Christian Louboutin
Cadrilla Corazon 100 appliquéd velvet pumps
€695
Christian Louboutin Maripopump 100 appliquéd patent-leather pumps
Christian Louboutin Galobella 100 embellished suede ankle boots
Christian Louboutin Pigalle Follies 100 patent-leather pumps
Christian Louboutin
Maripopump 100 appliquéd patent-leather pumps
€645
Christian Louboutin
Galobella 100 embellished suede ankle boots
€895
Christian Louboutin
Pigalle Follies 100 patent-leather pumps
€545
Christian Louboutin Pigalle Follies 85 patent-leather pumps
Christian Louboutin So Kate 120 suede pumps
Christian Louboutin Panettone embellished patent-leather continental wallet
Christian Louboutin
Pigalle Follies 85 patent-leather pumps
€545
Christian Louboutin
So Kate 120 suede pumps
€545
Christian Louboutin
Panettone embellished patent-leather continental wallet
€575
Christian Louboutin Paloma nano embellished calf hair and leather tote
Christian Louboutin Pigalle Follies 100 bouclé-tweed pumps
Christian Louboutin Pigalle Follies 100 sequined canvas pumps
Christian Louboutin
Paloma nano embellished calf hair and leather tote
€1,050
Christian Louboutin
Pigalle Follies 100 bouclé-tweed pumps
€560
Christian Louboutin
Pigalle Follies 100 sequined canvas pumps
€560
Christian Louboutin Moulamax 100 sequined leather ankle boots
Christian Louboutin Pigalle Follies 100 patent-leather pumps
Christian Louboutin So Kate 120 patent-leather pumps
Christian Louboutin
Moulamax 100 sequined leather ankle boots
€775
Christian Louboutin
Pigalle Follies 100 patent-leather pumps
€545
Christian Louboutin
So Kate 120 patent-leather pumps
€545
Christian Louboutin Eloise suede-paneled textured-leather shoulder bag
Christian Louboutin Miss Ellen 100 suede pumps
Christian Louboutin Classe 100 stretch-velvet over-the-knee boots
Christian Louboutin
Eloise suede-paneled textured-leather shoulder bag
€1,950
Christian Louboutin
Miss Ellen 100 suede pumps
€645
Christian Louboutin
Classe 100 stretch-velvet over-the-knee boots
€1,295
Christian Louboutin Gena 85 suede ankle boots
Christian Louboutin Paloma nano textured and patent-leather tote
Christian Louboutin Paloma medium spiked textured and patent-leather tote
Christian Louboutin
Gena 85 suede ankle boots
€745
Christian Louboutin
Paloma nano textured and patent-leather tote
€990
Christian Louboutin
Paloma medium spiked textured and patent-leather tote
€1,850
Christian Louboutin Paloma small studded textured-leather tote
Christian Louboutin Eloise small embroidered textured-leather tote
Christian Louboutin Paloma medium leather, watersnake and calf hair tote
Christian Louboutin
Paloma small studded textured-leather tote
€1,590
Christian Louboutin
Eloise small embroidered textured-leather tote
€1,850
Christian Louboutin
Paloma medium leather, watersnake and calf hair tote
€1,990
Christian Louboutin Moulamax 85 floral-print velvet ankle boots
Christian Louboutin Fliketta 100 patent-leather pumps
Christian Louboutin Cabata two-tone leather tote
Christian Louboutin
Moulamax 85 floral-print velvet ankle boots
€775
Christian Louboutin
Fliketta 100 patent-leather pumps
€645
Christian Louboutin
Cabata two-tone leather tote
€1,090
Christian Louboutin Cabata studded textured-leather tote
Christian Louboutin Protorlato 110 suede platform ankle boots
Christian Louboutin So Kate 120 metallic canvas pumps
Christian Louboutin
Cabata studded textured-leather tote
€1,090
Christian Louboutin
Protorlato 110 suede platform ankle boots
€895
Christian Louboutin
So Kate 120 metallic canvas pumps
€560
Christian Louboutin Mad leather ankle boots
Christian Louboutin Pigalle Follies 100 velvet pumps
Christian Louboutin Iriza 100 croc-effect velvet pumps
Christian Louboutin
Mad leather ankle boots
€1,195
Christian Louboutin
Pigalle Follies 100 velvet pumps
€560
Christian Louboutin
Iriza 100 croc-effect velvet pumps
€560
Christian Louboutin Kloster shearling-lined leather boots
Christian Louboutin Bag Bootie 100 patent-leather boots
Christian Louboutin Vero Dodat metallic snake-effect leather clutch
Christian Louboutin
Kloster shearling-lined leather boots
€1,095
Christian Louboutin
Bag Bootie 100 patent-leather boots
€895
Christian Louboutin
Vero Dodat metallic snake-effect leather clutch
€950
Christian Louboutin Macaron embellished metallic cracked-leather wallet
Christian Louboutin Iriza 100 leopard-print pony hair pumps
Christian Louboutin Escarpic 100 spiked suede pumps
Christian Louboutin
Macaron embellished metallic cracked-leather wallet
€385
Christian Louboutin
Iriza 100 leopard-print pony hair pumps
€625
Christian Louboutin
Escarpic 100 spiked suede pumps
€895
Christian Louboutin Adox 85 leather ankle boots
Christian Louboutin Kristofa 100 bow-embellished suede ankle boots
Christian Louboutin Toubootfrou 100 chiffon and leather ankle boots
Christian Louboutin
Adox 85 leather ankle boots
€795
Christian Louboutin
Kristofa 100 bow-embellished suede ankle boots
€995
Christian Louboutin
Toubootfrou 100 chiffon and leather ankle boots
€1,595
Christian Louboutin Acide Lace 100 flocked tulle pumps
Christian Louboutin Christeriva 100 bow-embellished grosgrain and suede sandals
Christian Louboutin Booton 85 leather-trimmed leopard-print calf hair ankle boots
Christian Louboutin
Acide Lace 100 flocked tulle pumps
€825
Christian Louboutin
Christeriva 100 bow-embellished grosgrain and suede sandals
€695
Christian Louboutin
Booton 85 leather-trimmed leopard-print calf hair ankle boots
€1,045
Back to top